• nl
  • en
Menu
Forse dwangsom voor TGB

Forse dwangsom voor TGB

3 september 2018

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft onlangs een mooie kijk in de keuken gegeven in het afhandelen van een handhavingsverzoek. Op 9 augustus 2018 heeft de AP bekendgemaakt dat zij een forse dwangsom van € 48.000,00 zal invorderen bij Theodoor Gilissen Bankiers (TGB), tegenwoordig InsingerGilissen Bankiers. De reden daarvoor is dat TGB onvoldoende had voldaan aan een inzageverzoek van de betrokkene. Zowel het invorderingsbesluit als de opgelegde last onder dwangsom zijn gepubliceerd. Een mooie gelegenheid om de werkwijze van de AP van dichtbij te bekijken.

Het verzoek

Het door de klant van TGB ingediende inzageverzoek stamt uit 2016 en is dus gebaseerd op artikel 35 Wbp (Wet bescherming persoonsgegevens), inmiddels artikel 15 AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). De betrokkene verzocht TGB om:
– een overzicht van de door TGB verwerkte persoonsgegevens van de betrokkene;
– een afschrift van chatberichten tussen betrokkene en TGB;
– een afschrift van een interne instructie over de te maken afspraken met betrokkene.

TGB heeft dit verzoek afgewezen, waarna de betrokkene de AP heeft verzocht om handhavend op te treden.

Voorgeschiedenis

Het inzageverzoek stond niet op zichzelf. De betrokkene had al meerdere malen via civiele procedures geprobeerd om de gevraagde stukken te krijgen. Voordat de AP over het handhavingsverzoek oordeelde, had de rechtbank Den Haag geoordeeld dat de betrokkene misbruik maakte van het inzagerecht. De betrokkene wilde namelijk de stukken in handen krijgen om als bewijs te gebruiken in een andere procedure tegen TGB. De rechtbank oordeelde dat deze ‘oneigenlijke’ belangen van de betrokkene resulteerden in misbruik van zijn recht op inzage en wees het verzoek af.

Handhavingsverzoek AP

Vervolgens probeert de betrokkene alsnog inzage te krijgen van TGB door indiening van een handhavingsverzoek bij de AP. In eerste instantie wijst de AP dit verzoek af, maar na bezwaar daartegen van de betrokkene, wordt het handhavingsverzoek alsnog toegewezen. TGB moet daarom binnen twee maanden alsnog inzage verlenen, onder dreiging van een dwangsom. Tegen deze last onder dwangsom dient TGB een zienswijze in met een aantal interessante bezwaren.

Bezwaren TGB

1) Volgens TGB maakt betrokkene misbruik van zijn recht, nu de rechter al zo heeft geoordeeld. De AP zou aan dat oordeel gebonden zijn.
2) TGB stelt daarnaast dat betrokkene ook los van dat vonnis misbruik maakt van zijn recht. In de ogen van TGB wordt namelijk het inzageverzoek om oneigenlijke redenen ingezet. TGB beroept zich daarbij onder andere op een uitspraak in die lijn van het EHRM van 4 januari 2007, NJ 2007, 745 (Smith).
3) Volgens TGB heeft de betrokkene geen recht op de afschriften waar betrokkene om verzoekt op grond van artikel 35 Wbp, dat artikel biedt slechts recht op inzage.
4) Ten slotte merkt TGB op dat interne analyses en beraadslagingen ook buiten het inzagerecht vallen, tenzij daar persoonsgegevens van betrokkene in staan.

Beoordeling AP

De AP weerlegt de bezwaren van TGB vrij uitvoerig, als volgt. Ten eerste is de AP niet gebonden aan een uitspraak uit een civielrechtelijke procedure. Die heeft alleen werking tussen de twee partijen. Dat vonnis is ook niet onherroepelijk, omdat hoger beroep is ingesteld. De bestuursrechtelijke handhaving door de AP kan parallel lopen aan een civiel- of strafrechtelijke procedure.
Volgens de AP is ook zonder het vonnis geen sprake van misbruik van recht. Volgens de AP wil betrokkene weten aan welke derden persoonsgegevens zijn verstrekt. Voor een dergelijk belang bestaat het inzagerecht. Het enkele feit dat de betrokkene diezelfde gegevens ook in een procedure kan gebruiken, maakt dat niet anders. De AP wijst daarvoor op de Dexia-zaak van het hof Den Bosch (Hof Den Bosch 16 januari 2006, NJF 2006, 191, ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0012:R200500752).
De AP oordeelt verder dat inderdaad in beginsel geen recht op een afschrift van stukken bestaat (vanuit artikel 35 Wbp). Dat heeft betrekking op het derde en vierde bezwaar van TGB. Als correct wordt voldaan aan het inzageverzoek, is een afschrift niet nodig. Dat kan daarom pas na het antwoord op het inzageverzoek worden beoordeeld.
De AP is uiteindelijk van mening dat TGB het inzageverzoek ten onrechte heeft afgewezen. Omdat TGB daarmee de Wbp heeft overtreden, legt de AP haar een last onder dwangsom op. TGB krijgt daarmee twee maanden de tijd alsnog aan het inzageverzoek te voldoen.

Vervolg: dwangsommen verbeurd

TGB heeft vervolgens binnen de gestelde termijn een overzicht aan de betrokkene verstrekt. Echter, volgens de AP was dat onvoldoende. TGB heeft ten onrechte informatie over een onderzoeksrapport van een aan haar gelieerde vennootschap en over een forensisch rapport, niet verwerkt in het verstrekte overzicht. Omdat TGB pas vier weken na het eindigen van de gestelde termijn alsnog aan de last voldoet, verbeurt zij een hoge dwangsom van € 48.000,00.

Conclusie

De AP laat met deze last onder dwangsom zien er niet voor terug te deinzen om te handhaven. Deze casus is leerzaam voor partijen die worden geconfronteerd met een inzageverzoek. Het is van essentieel belang dat alle vereiste informatie wordt verstrekt:
– het doel/de doelen waarvoor de gegevens worden gebruikt;
– welke gegevens de organisatie daarvoor gebruikt;
– welke organisaties de gegevens ontvangen;
– de herkomst van de gegevens;
– de rechten van de betrokkene.

Alle mogelijke brondocumenten moeten daarvoor worden nagegaan. Ook is het van belang om binnen de gestelde termijn aan een verzoek te voldoen. Een eventueel gebrek is dan mogelijk tijdig te herstellen. Het financiële risico is namelijk fors.

De AP kiest ook terecht haar eigen lijn, die afwijkt van de beoordeling  door een civiele rechter. Het handhavingsverzoek wordt grondig op zijn eigen merites beoordeeld. Daaruit volgt dat de betrokkene in elk geval met het juiste motief een inzageverzoek moet doen. Een verzoek mag alleen worden afgewezen als het duidelijk ongegrond of buitensporig is.

De tijd zal leren hoe de AP omgaat met het verstrekken van afschriften, zeker nu een recht op kopie in artikel 15 lid 3 AVG is opgenomen. Ook de vraag naar persoonlijke, interne notities staat nog open. Het is daarom handig voor verwerkingsverantwoordelijken, betrokkenen en uiteraard juristen dat de AP zelf inzage geeft in haar eigen werkwijze.

Dit artikel is geschreven door mr. J.H. Ligtenberg en ook gepubliceerd in SDU OpMaat Privacyrecht.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en