• nl
  • en
Menu
Compensatie voor transitievergoeding arbeidsongeschikte werknemers

Compensatie voor transitievergoeding arbeidsongeschikte werknemers

17 januari 2019

Recht op transitievergoeding

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 ontvangt iedere werknemer die wordt ontslagen – gevallen van ernstige verwijtbaarheid uitgezonderd – een wettelijke ontslagvergoeding, de zogenaamde transitievergoeding. Ook medewerkers die vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid worden ontslagen hebben recht op een transitievergoeding.

Onevenredige lasten voor werkgevers

Op deze regeling bestond veel kritiek. Werkgevers vonden dat de kosten van zieke werknemers voor hen daardoor onevenredig hoog werden. Werkgevers betalen immers ook al gedurende twee jaar – en soms zelfs drie jaar – het loon aan hun zieke werknemers door. Naar die kritiek is geluisterd.

Compensatie

De wet bevat een nieuwe bepaling die ingaat per 1 april 2020. Op grond van deze bepaling kunnen werkgevers vanaf 1 april 2020 bij het UWV een aanvraag indienen voor een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding die is betaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Niet relevant is op welke wijze het dienstverband is komen te eindigen (door opzegging of met wederzijds goedvinden), zolang de reden van het ontslag aantoonbaar gelegen is in de langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Beperking compensatie

De regering heeft ervoor gekozen om de hoogte van de compensatie te beperken. In de eerste plaats zal niet meer aan compensatie worden betaald dan de transitievergoeding waar een werknemer recht op zou hebben op het moment dat de loondoorbetalingsplicht (na twee jaar ziekte) eindigt. Dit om misbruik te voorkomen. Zou het dienstverband namelijk slapend worden gehouden (wat voorheen nogal eens gebeurde), dan neemt de lengte van het dienstverband toe en daarmee ook de hoogte van de transitievergoeding. Slapend houden ‘loont’ dus niet meer. Het bedrag aan transitievergoeding dat is gemoeid met de periode dat het dienstverband sliep, komt namelijk voor rekening van de werkgever.

In de tweede plaats zal de compensatie niet meer bedragen dan het bedrag aan loon dat tijdens de ziekteperiode aan de werknemer is betaald (exclusief werkgeverslasten). Deze beperking zal met name relevant zijn bij tijdelijke arbeidsovereenkomsten of bij arbeidsovereenkomsten met een huishoudelijke hulp (waar slechts een loondoorbetalingsplicht van zes maanden geldt).

Ten slotte zal, als de werkgever een loonsanctie is opgelegd, de periode die daarmee is gemoeid niet meetellen bij de berekening van de hoogte van de compensatie. Ook de periode van een loonsanctie komt dus voor rekening van de werkgever. Een loonsanctie betekent dat de loondoorbetalingsplicht (die in beginsel twee jaar duurt) wordt verlengd. Die sanctie kan worden opgelegd als de werkgever niet voldoende aan de re-integratie van de werknemer heeft gewerkt.

Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid = gedeeltelijke transitievergoeding

Sinds een recent arrest van de Hoge Raad geldt dat ook gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers recht hebben op een (gedeeltelijke) transitievergoeding, als het dienstverband na het verstrijken van de wachttijd wordt aangepast. Ook deze transitievergoeding komt voor vergoeding in aanmerking.

Aanvraag compensatie

Om in aanmerking te komen voor een vergoeding kunnen werkgevers vanaf 1 april 2020 een aanvraag indienen waarin wordt aangetoond dat recht bestaat op compensatie. Het UWV zal de aanvraag beoordelen en als aan de voorwaarden voldaan wordt de compensatie verstrekt. Wij adviseren de personeelsdossiers van de betrokken werknemers, de WIA-beschikking van het UWV en de documenten die aantonen dat het dienstverband is geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid goed te bewaren.

Ook ‘oude gevallen’ worden gecompenseerd

Ook ten aanzien van arbeidsovereenkomsten die vóór 1 april 2020 – maar na 1 juli 2015 – zijn beëindigd, kan compensatie verkregen worden. De aanvraag voor deze ‘oude gevallen’ moet uiterlijk op 30 september 2020 zijn ingediend.

Fiscale aspecten van de compensatieregeling

Hoewel de wettelijke bepaling pas per 1 april 2020 in werking treedt, geldt dat de wet al wel is aangenomen. Werkgevers mogen de van het UWV te ontvangen compensatie op grond van de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving al per 31 december 2018 als vordering op de balans opnemen. De vordering mag niet hoger zijn dan het bedrag van de wettelijke transitievergoeding die de werkgever aan de werknemer verschuldigd was.

Met vragen over de compensatieregeling kunt u terecht bij de advocaten van de praktijkgroep arbeidsrecht.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en