• nl
  • en
Menu
Kabinet gaat uitsluiting vergoeding tenderkosten aanpakken

Kabinet gaat uitsluiting vergoeding tenderkosten aanpakken

12 februari 2019

Aanbestedingsprocedures kosten geld. Inschrijvers maken een offerte, een plan van aanpak of een kansen- en risicodossier zonder de zekerheid te hebben dat zij de opdracht krijgen. Dat is all in the game. Het komt echter steeds vaker voor dat aanbestedingen mislukken, onder meer door de sterk stijgende bouwkosten. De aanbestedingsprocedure wordt dan vaak stopgezet, waarna de opdracht (bijvoorbeeld) sterk wordt vereenvoudigd en opnieuw in de markt wordt gezet. Het komt vaak voor dat de aanbestedende dienst in de aanbestedingsleidraad opneemt dat de inschrijvers in geval van intrekking geen aanspraak hebben op een inschrijfkostenvergoeding. Als de aanbesteding dan daadwerkelijk wordt ingetrokken, blijft de inschrijver met de kosten zitten.

Het algeheel uitsluiten van een inschrijfkostenvergoeding kan in strijd zijn met het proportionaliteitsbeginsel. Eerder berichtten wij u over de Handreiking Tenderkostenvergoedingen. Deze is bedoeld als een handvat om te bepalen of er op grond van het proportionaliteitsbeginsel reden is om gemaakte inschrijfkosten te vergoeden. Daarvoor kan, volgens de Handreiking, reden zijn als tijdens de aanbestedingsprocedure een deel van de opdracht al moet worden uitgevoerd, of als de aanbesteding tussentijds wordt ingetrokken. Het kabinet wil inmiddels de volgende stap zetten: de bedoeling is dat het vanaf 1 januari 2020 niet meer is toegestaan om een vergoeding voor inschrijfkosten in dergelijke gevallen voorhand uit te sluiten. In verband daarmee zal de Gids Proportionaliteit worden aangepast.

Een goede stap, die recht doet aan het principe dat risico’s worden belegd bij de partij die het best in staat is deze te beheersen.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Rudolf van Binsbergen.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en