• nl
  • en
Menu
Makelaars (bestuurders)aansprakelijk bij schending verbod dubbele bemiddelingskosten

Makelaars (bestuurders)aansprakelijk bij schending verbod dubbele bemiddelingskosten

9 januari 2018

Als een vennootschap niet aan haar betalingsverplichtingen voldoet, kan het zinvol voor een schuldeiser zijn om te beoordelen of het bestuur van de vennootschap wellicht persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de niet-betaling. Dat zou dan een onrechtmatige daad van de bestuurder kunnen opleveren. Voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid geldt echter een hoge drempel.

Achtergrond

Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een contractuele verplichting, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de schade van de schuldeiser. In de rechtspraak wordt er echter van uitgegaan dat, onder bijzondere omstandigheden, er ook ruimte is voor aansprakelijkheid van de bestuurder van de vennootschap. Daarvoor gelden hoge eisen: vereist is dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt dat de schuldeiser van de vennootschap wordt benadeeld. Of de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is, en dus of hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan niet op voorhand worden gezegd. Dat hangt af van de aard en ernst van het verwijt, en van de overige omstandigheden van het geval. In de rechtspraak is aangenomen dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is, als hij namens de vennootschap een overeenkomst is aangegaan, terwijl hij op dat moment weet of behoort te weten dat de vennootschap die verplichting niet kan nakomen en ook de daaruit voortvloeiende schade niet kan betalen.

Rechtbank Rotterdam

In een recente uitspraak heeft de kantonrechter te Rotterdam geoordeeld dat twee bestuurders van een makelaarskantoor deze hoge drempel van aansprakelijkheid zijn overgegaan. De feiten waren als volgt. De eiser in de procedure heeft met makelaarskantoor MVM Wonen B.V. (“MVM”) in juli 2014 een bemiddelingsovereenkomst voor woonruimte gesloten. Voor deze bemiddeling heeft eiser een bemiddelingsvergoeding van € 1.452,00 aan MVM betaald. Later blijkt dat MVM niet alleen een vergoeding in rekening heeft gebracht bij eiser als aspirant huurder, maar ook bij de verhuurder. Deze handelwijze is in strijd met de artikelen 7:417 lid 4 jo 7:427 BW, waarin het verbod om dubbele bemiddelingskosten in rekening te brengen is neergelegd. In juli 2016 is MVM  veroordeeld tot het terugbetalen van de bemiddelingsvergoeding aan eiser. Deze vordering blijkt echter onverhaalbaar, omdat MVM vóór de uitspraak is ontbonden via een turboliquidatie.

Eiser spreekt daarop in rechte de twee bestuurders van MVM op grond van bestuurdersaansprakelijkheid aan. Hij stelt daartoe – kort gezegd – dat de bestuurders bij het aangaan van de bemiddelingsovereenkomst wisten of behoorden te begrijpen dat hij als gevolg van het handelen van de bestuurders schade zou lijden. Het feit dat MVM het verbod om dubbele bemiddelingskosten in rekening te brengen heeft geschonden, komt de bestuurders in die procedure duur te staan. De kantonrechter te Rotterdam oordeelt:

“MVM handelde welbewust in strijd met de dwingende wetsbepaling van artikel 7:417 lid 4 jo. 7:427 BW. Door dit feit is sprake van een bijzondere omstandigheid die een ernstig verwijt oplevert aan de zijde van de beide bestuurders van MVM. Bij het aangaan van de bemiddelingsovereenkomst behoorden de bestuurders te weten dat zij bemiddelingskosten in rekening brachten, hoewel dat wettelijk niet was toegestaan. Zij behoorden daarom ook te weten dat het bedrag terugbetaald zou moeten worden. Door daar geen rekening mee te houden hebben zij onrechtmatig gehandeld jegens eiser.”

De kantonrechter te Rotterdam komt daarom tot het oordeel dat de twee bestuurders van MVM persoonlijk een ernstig verwijt treffen en – naast de vennootschap MVM – persoonlijk aansprakelijk zijn voor het terugbetalen van de onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Jeroen van der Pouw Kraan, verbonden aan de praktijkgroepen Ondernemingsrecht en Insolventierecht.

Bron: Rechtbank Rotterdam, 22 december 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10144

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en