• Nederlands
  • Engels
Menu
Nieuwe wetgeving moet fraude met plof-B.V.’s voorkomen

Nieuwe wetgeving moet fraude met plof-B.V.’s voorkomen

31 oktober 2019

Het kabinet is van plan schuldeisers beter te beschermen bij een zogeheten ‘turboliquidatie’, een snelle manier voor het opheffen van een vennootschap. Minister Dekker (Rechtsbescherming) komt daarvoor in 2020 met een wetsvoorstel, zo vertelt hij in een brief aan de Tweede Kamer. Wij zetten de toekomstige veranderingen voor u op een rij.

  1. Een turboliquidatie is een snelle manier om een vennootschap te ontbinden en te liquideren. In het geval van een turboliquidatie besluit de algemene vergadering (van aandeelhouders) tot ontbinding van de vennootschap. Door dit besluit houdt de vennootschap per direct op te bestaan en kan de liquidatie in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel worden ingeschreven.
  2. Een turboliquidatie is alleen mogelijk als er geen (bekende) activa meer aanwezig zijn. Dat betekent dat het bedrijf geen bezittingen meer heeft waarmee schuldeisers voldaan kunnen worden. Hierdoor kan de opheffing van de vennootschap snel worden afgewikkeld, nu er geen vereffening van het vermogen nodig (en mogelijk) is. Ook hoeft – anders dan bij een reguliere liquidatie van een vennootschap met activa – een turboliquidatie niet in een dagblad te worden gepubliceerd en hoeft er niet twee maanden te worden afgewacht of een schuldeiser bezwaar aantekent tegen de liquidatie van de vennootschap. Kortom: een turboliquidatie is aanzienlijk sneller en goedkoper dan de gebruikelijke liquidatie van een rechtspersoon.
  3. In het geval van een turboliquidatie hebben eventuele schuldeisers echter het nakijken. De vennootschap is ‘leeg’ en het is lastig om te beoordelen of de vennootschap naar behoren is bestuurd. Vergeleken met een faillissement, is een turboliquidatie namelijk weinig transparant. Zo worden schuldeisers niet over een turboliquidatie geïnformeerd. Schuldeisers komen er vaak pas na verloop van tijd achter dat hun schulden niet meer voldaan zullen worden. De schuldeisers worden volgens minister Dekker na de beoogde wetswijziging beter beschermd.
  4. De wetswijziging moet er volgens minister Dekker in voorzien dat het bestuur van de vennootschap voortaan moet toelichten waarom een turboliquidatie nodig en mogelijk was. Het bestuur van de vennootschap wordt daarom verplicht om een slotbalans op te stellen, die voorzien is van een verklaring waarom er geen vermogen (meer) op de balans staat. Voor zover er daarvoor geen wettelijke ontheffing geldt, moeten verder de jaarrekeningen over alle voorafgaande boekjaren worden gepubliceerd. Hiermee krijgen schuldeisers meer inzicht in de mutaties van de activa die voor de liquidatie van de vennootschap plaatsvonden. Daarmee kunnen zij de mutaties ook beter toetsen. Ten slotte moet het bestuur ervoor zorgen dat de turboliquidatie algemeen bekend wordt gemaakt. In de bekendmaking moet onder meer worden vermeld dat de slotbalans met de jaarrekening van de vennootschap bij de Kamer van Koophandel ter inzage liggen. Een liquidatie komt daardoor minder als een verrassing voor schuldeisers.
  5. Dankzij deze maatregelen ontstaat er volgens minister Dekker voortaan meer transparantie,  waardoor de positie van schuldeisers wordt versterkt. Als schuldeisers vinden dat ten onrechte een turboliquidatie heeft plaatsgevonden, kunnen zij daar eerder en eenvoudiger stappen tegen ondernemen. Uiteraard blijft dit een eigen afweging van de betreffende schuldeiser, maar meer inzicht in het financiële verleden van de vennootschap helpt de schuldeiser daar wel bij.
  6. Uit onderzoek is gebleken dat de turboliquidatie in haar huidige vorm de laatste jaren sterk aan populariteit heeft gewonnen. Tussen 2010 en 2016 is bij 184.000 bedrijven een turboliquidatie toegepast. Of de turboliquidatie in al die gevallen wel terecht was, is alleen de vraag. De FIOD berekende eerder al dat een op de vijf turboliquidaties geen ‘zuivere koffie’ zou zijn. Het ligt dan ook voor de hand dat de wetgever maatregelen treft. De voorgenomen wetswijziging schaft de turboliquidatie niet af, maar maakt het proces voor het bestuur van de vennootschap wel minder eenvoudig. Dat kan bedrijven afschrikken om een onterechte turboliquidatie te proberen. Ook biedt het schuldeisers meer inzicht in de financiële positie van hun schuldenaren. Het – commerciële – risico dat een schuldenaar geen vermogen meer heeft om een schuld te voldoen, wordt met de plannen van minister Dekker uiteraard niet weggenomen.
  7. Mocht u vragen hebben over de ontbinding van uw vennootschap of vermoedt u dat u door een liquidatie van een vennootschap wordt benadeeld? Neem dan contact op met een van onze advocaten van de praktijkgroep Ondernemingsrecht.

Dit artikel is geschreven door mr. Jan Willem Hoek verbonden aan de praktijkgroep Ondernemingsrecht.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • Nederlands
  • Engels