• nl
  • en
Menu
NRC moet rekening houden met privacybelangen van ex-hoogleraar

NRC moet rekening houden met privacybelangen van ex-hoogleraar

28 mei 2019

De Rechtbank Amsterdam heeft zich recent uitgelaten over de vraag of NRC de naam en foto van een ex-hoogleraar mag vermelden in/bij een artikel over ‘grensoverschrijdend gedrag’ (ECLI:NL:RBAMS:2019:3451). In haar uitspraak oordeelde de rechtbank dat het belang van de ex-hoogleraar om zijn naam en foto niet te vermelden dient te prevaleren boven het belang van NRC om deze persoonsgegevens wel te mogen noemen.

Casus

De ex-hoogleraar in kwestie was van 2011 tot eind 2018 hoogleraar aan de rechtenfaculteit, sectie Arbeidsrecht, van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast was hij van 2011 tot 2018 raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam.

Naar aanleiding van een onderzoeksrapport – waaruit volgt dat het onderzoeksbureau grensoverschrijdend gedrag bij de hoogleraar heeft geconstateerd – is de arbeidsovereenkomst tussen de hoogleraar en de UvA beëindigd.

NRC heeft verder onderzoek gedaan naar dit voorval en heeft hierover contact opgenomen met de ex-hoogleraar. De NRC journalist heeft hem vragen gesteld en hij heeft hierop schriftelijk antwoord gegeven. Vervolgens heeft hij een concept van het artikel over hem van NRC ontvangen. In dit artikel wordt de ex-hoogleraar met naam en toenaam genoemd en beschuldigd van onder meer machtsmisbruik, manipulatie, (seksuele) intimidatie, ongewenste intimiteiten en aanranding. De ex-hoogleraar vindt dat het artikel onrechtmatig is, omdat het onder andere onvoldoende steun vindt in het feitenmateriaal.

Vervolgens heeft de advocaat van de ex-hoogleraar een vordering in kort geding ingediend bij de voorzieningenrechter, waarin hij eist om NRC te verbieden om, via welk medium dan ook, de naam van de ex-hoogleraar te noemen en/of de sectie Arbeidsrecht van de UvA te noemen en/of een portret van hem af te beelden.

Belangenafweging

De voorzieningenrechter moest in deze kwestie twee fundamentele rechten tegen elkaar afwegen. Enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting van NRC, zoals verankerd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en anderzijds het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de hoogleraar, zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM.

Er bestaat geen rangorde tussen beide rechten, zodat het afhangt van alle omstandigheden van het geval welke van deze beide rechten in dit geval dient te prevaleren. De voorzieningenrechter dient daartoe de belangen van NRC af te wegen tegen de belangen van de ex-hoogleraar.

Bij de belangenafweging houdt de voorzieningenrechter rekening met de volgende aspecten.

NRC

  • Het artikel draagt bij aan het publieke ‘#metoo-debat’. NRC heeft twee misstanden aan de orde willen stellen, te weten (1) het grensoverschrijdende gedrag van de ex-hoogleraar zelf en (2) dat de UvA er (aanvankelijk) niets aan heeft gedaan. De UvA heeft de klachten niet serieus genomen en is niet opgetreden. Met name het laatstgenoemde misstand is van zwaarwegend.
  • De ex-hoogleraar is een publiek figuur.
  • Het gedrag van de ex-hoogleraar is zodanig geweest dat NRC hieraan het waardeoordeel ‘grensoverschrijdend gedrag’ mag verbinden en het staat de NRC vrij hierover te publiceren.

Ex-hoogleraar

  • Als de ex-hoogleraar strafrechtelijk zou worden vervolgd, zouden de meeste media volstaan met vermelding van slechts zijn initialen en zou zijn portret in de regel onherkenbaar (moeten) worden gemaakt.
  • De ex-hoogleraar is zijn baan bij de UvA en zijn functie als plaatsvervanger-raadsheer kwijtgeraakt, zodat hij al de nodige consequenties van zijn handelswijze heeft ondervonden.
  • Voor het publieke debat is het niet nodig dat de naam van de ex-hoogleraar wordt genoemd.
  • Door het toegenomen exponentieel gebruik van social media kan in korte tijd veel schade worden aangericht aan iemands naam en reputatie. Publicaties blijven eeuwig rondzwerven op internet.

De voorzieningenrechter concludeert dat in dit geval de belangen van de ex-hoogleraar dienen te prevaleren boven de belangen van NRC. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de enige beperking die aan de uitingsvrijheid van NRC wordt opgelegd, namelijk het niet mogen noemen van de naam van de ex-hoogleraar en het niet mogen tonen van zijn foto, voldoende is gerechtvaardigd. Daarnaast is die beperking noodzakelijk ter bescherming van de privacybelangen van de ex-hoogleraar en niet disproportioneel.

De voorzieningenrechter acht met name het gegeven dat de naam van de ex-hoogleraar – onder andere door social media – in lengte der jaren zal worden verbonden aan deze kwestie van zwaarwegend belang. Daarnaast weegt de voorzieningenrechter mee dat NRC bekend staat als een kwaliteitskrant. Hierdoor zal het publiek de daarin vermelde zaken als vaststaande feiten beschouwen, terwijl de ex-hoogleraar een groot deel van de beschuldigingen heeft betwist.

Conclusie

Publicaties waarin misstanden aan de orde worden gesteld, zijn van groot belang voor het maatschappelijk debat en democratie. In dit licht bezien, zal een vordering van de ex-hoogleraar tot een geheel publicatieverbod weinig kans van slagen hebben gehad. Echter, nu het artikel wel mag worden gepubliceerd – echter zonder naam en foto te vermelden – worden de door NRC beoogde misstanden toch aan de kaak gesteld.

NRC gaat in hoger beroep. Het niet langer mogen publiceren van namen van hooggeplaatste publieke figuren bij ernstige misstanden heeft vergaande journalistieke consequenties die het belang van deze zaak overstijgen, aldus de krant. Sdu Opmaat Privacyrecht zal de uitkomst in hoger beroep te zijner tijd met u delen.

Dit artikel is geschreven door mr. Danielle de Jong.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en