• nl
  • en
Menu
Tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten bij winkelruimte

Tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten bij winkelruimte

24 januari 2019

Opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder

Een huurovereenkomst voor horeca- en winkelruimte kan door de verhuurder eenzijdig worden opgezegd op grond van twee in de wet genoemde redenen. De eerste is dat de huurder er een onbetamelijke bedrijfsvoering op nahoudt. De tweede geldige reden voor een eenzijdige opzegging is dat de verhuurder het bedrijfspand dringend nodig heeft voor eigen gebruik.

De rechter

Als de huurder niet met de opzegging instemt, zal de verhuurder de rechter moeten inschakelen om de huur te laten beëindigen. De rechter toetst dan of de verhuurder een geldige reden heeft. Is dat het geval, dan kan de rechter een datum vaststellen waarop de huur eindigt.

Verhuis- en inrichtingskosten

Indien de verhuurder de huur wil laten beëindigen op grond van dringen eigen gebruik, kan de rechter bij zijn beslissing een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen als tegemoetkoming in de kosten van de huurder in verband met de verhuizing naar een vervangende winkelruimte en herinrichting daarvan. De wet noemt dit ‘verhuis- en inrichtingskosten’.

Verhuiskosten

Onder verhuiskosten worden in ieder geval verstaan de kosten van de verhuizing zelf, zoals de kosten van een verhuisbedrijf. Ook andere kosten die de huurder moet maken in het kader van de verhuizing kunnen eronder vallen, zoals advertentiekosten en de kosten van verhuisberichten.

Inrichtingskosten

Met inrichtingskosten worden allereerst bedoeld de kosten van de inrichting van het nieuwe bedrijfspand, zoals kosten voor vloerbedekking, behang, kassa’s en toonbanken. Ook kosten van bouwkundige ingrepen kunnen onder inrichtingskosten worden geschaard.

Goodwill?

De verhuiskostenregeling lijkt duidelijk, maar is dat in de praktijk vaak niet. Dat zorgt voor discussie tussen de verhuurder en de huurder en daarover wordt dan ook vaak geprocedeerd. Eén van de onderwerpen die geregeld terugkeert, is de vraag of ook de eventuele goodwill die de huurder moet betalen in verband met de verhuizing naar een vervangende locatie onder de definitie valt. Een huurder die naar een andere locatie vertrekt, kan soms het lopende huurcontract van de zittend huurder in die vervangende locatie overnemen. In de regel moet de overnemende partij dan een goodwillvergoeding betalen aan de vertrekkende partij. Valt deze goodwillvergoeding onder de verhuis- en inrichtingskosten?

De Hoge Raad heeft die discussie beslecht. Het oordeel is klip en klaar: goodwill valt niet onder de definitie van verhuis- en inrichtingskosten. Goodwill hangt volgens de Hoge Raad namelijk niet samen met het ‘feitelijk betrekken’ van een nieuwe bedrijfsruimte. En die samenhang is vereist om van verhuis- en inrichtingskosten te kunnen spreken. De verhuurder hoeft de huurder dus geen vergoeding te geven voor de goodwillvergoeding die de huurder betaalt voor de overname van een lopend huurcontract.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Michiel van Essen.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en