• nl
  • en
Menu
Tijd-voor-tijdcompensatie in 2019 aangescherpt

Tijd-voor-tijdcompensatie in 2019 aangescherpt

3 januari 2019

Ook overwerk valt onder de Wet op het Minimumloon (WML)

Werknemers die op of net boven het minimumloon verdienen krijgen, bij een tijd-voor-tijdcompensatie van overwerk, voor de uren die zij in totaal arbeid verrichten een bruto-uurloon betaald dat beneden het wettelijk minimumloon kan liggen. De wetgever beschouwt dit als in strijd met het wettelijke uitgangspunt dat arbeidstijd tenminste tegen het geldende minimumloon dient te worden uitbetaald en heeft met ingang van 1 januari 2018 een dwingendrechtelijk kader opgenomen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Gemiddeld uurloon: ten minste het wettelijk minimumloon

Sinds 1 januari 2018 moet het gemiddelde uurloon ten minste gelijk zijn aan het minimumloon. Van deze regel mocht (tijdelijk) worden afgeweken middels een schriftelijke afspraak met de werknemer. Die regel wordt nu aangescherpt.

Per 1 januari 2019: bijkomende voorwaarde voor tijd-voor-tijdregeling

Vanaf 1 januari 2019 geldt de bijkomende voorwaarde dat de mogelijkheid van een tijd-voor-tijdregeling (voor zover die tot gevolg heeft dat gemiddeld minder dan het wettelijk minimumloon wordt betaald) in de CAO moet zijn opgenomen. Is binnen een organisatie geen CAO van toepassing of staan er in de CAO geen afspraken over meerwerk, dan moet de werkgever dus goed opletten dat het gemiddelde uurloon (berekend over alle uren, inclusief de meer- en overwerkuren) tenminste het wettelijk minimumloon bedraagt. De sinds 2018 geldende eis dat, voorafgaand aan het meer- of overwerk, met de werknemer een schriftelijke afspraak moet zijn gemaakt over de tijd-voor-tijdregeling (als het gevolg daarvan is dat het gemiddelde uurloon lager is aan het minimumloon), blijft gelden. De werknemer moet immers weten waar hij aan toe is.

Welke ruimte heeft een werkgever daarnaast nog om overwerk als tijd-voor-tijd te compenseren?

  1. Met werknemers die meer verdienen dan het minimumloon mag nog steeds een tijd-voor-tijdregeling worden afgesproken, mits het percentage meer- of overwerk niet hoger is dan het percentage dat de werknemer méér verdient dan het minimumloon.
  2. Tijd-voor-tijdcompensatie is ook toegestaan indien de werknemer de compensatie-uren opneemt in dezelfde (betaal)periode waarin de meer-of overwerkuren zijn opgebouwd.

Ook het eerste halve uur overwerk is overwerk

De nieuwe regelgeving kan gevolgen hebben voor de in arbeidsovereenkomsten veel voorkomende bepaling dat het eerste half uur overwerk niet wordt vergoed. Een dergelijke regeling is op zich toegestaan, maar mag – zoals uit het bovenstaande blijkt – niet tot gevolg hebben dat het gemiddelde uurloon lager is dan het wettelijk minimumloon. Een fulltime medewerker die iedere dag een half uur langer werkt, werkt 42,5 uur per week. Op grond van de Wet op het minimumloon en minimum vakantiebijslag heeft hij dan recht op 42,5/40-ste van het wettelijk minimumloon. Een regeling die de werknemer minder toekent, is dus in strijd met de wet.

Meer- en overwerkadministratie noodzakelijk

De werkgever moet er dan ook op bedacht zijn dat op hij een inzichtelijke meer- en overwerkadministratie moet voeren. Niet alleen de opbouw en opname van meer- en overwerkuren dient te worden vastgelegd, maar ook de afspraak met de medewerker over de wijze waarop het meer- en overwerk wordt gecompenseerd. De Inspectie SZW kan controleren of de nieuwe regels van toepassing zijn en of de werkgever deze correct heeft toegepast.

Nieuwe bedragen WML

Een volledig overzicht van de actuele bedragen onder de Wet op het Minimumloon vindt u hier.

Minimumloon voor volwassenen vanaf 1 juli 2019 vanaf 21 jaar en tegemoetkoming Lage Inkomensvoordeel

Vanaf 1 juli 2019 geldt het volwassenenminimumloon vanaf 21 jaar. Werkgevers worden voor de hogere kosten van de leeftijdsverlaging van het minimumloon voor volwassenen tegemoet gekomen via de regeling lage-inkomensvoordeel (LIV). Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming per uur voor werknemers die minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Werkgevers hoeven geen actie te ondernemen om het te ontvangen: de tegemoetkoming wordt na afloop van het kalenderjaar automatisch uitgekeerd.

Deze bijdrage is geschreven door de praktijkgroep Arbeidsrecht.

Wilt u op de hoogte blijven?

  • nl
  • en