• Nederlands
  • Engels
Menu
Vijf voor twaalf voor werkgevers met slapende dienstverbanden

Vijf voor twaalf voor werkgevers met slapende dienstverbanden

19 december 2019

In een eerder nieuwsbericht op onze website informeerden wij u over de ‘slapende dienstverbanden’ na twee jaar ziekte en het recente arrest van de Hoge Raad. Wij lieten u weten dat de Hoge Raad op 8 november 2019 heeft beslist dat werkgevers over het algemeen verplicht zijn om na twee jaar ziekte van een werknemer de arbeidsovereenkomst te beëindigen en om de transitievergoeding uit te betalen.

Onduidelijkheid en financiële risico’s

De uitspraak van de Hoge Raad heeft enerzijds duidelijkheid gebracht, maar tegelijkertijd weer nieuwe vragen opgeroepen. Die onduidelijkheid zit in het volgende.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat werkgevers de transitievergoeding zijn verschuldigd ter hoogte van het bedrag dat gold bij het einde van de wachttijd. Als peildatum voor het berekenen van de transitievergoeding geldt dus het moment waarop de periode van 104 weken (of de periode van loonsanctie) is verstreken. De vergoeding moet worden berekend aan de hand van het recht zoals dat gold op de peildatum. Maar is dat ook de vergoeding die het UWV vanaf 1 april 2020 zal compenseren op grond van de Wet Compensatie Transitievergoeding? Immers, per 1 januari 2020 treedt de Wet Arbeidsmarkt in Balans (hierna: de WAB) in werking en wordt de transitievergoeding volgens een nieuwe formule berekend. De nieuwe berekeningswijze zal vooral voor oudere werknemers met lange dienstverbanden tot een substantieel lagere transitievergoeding (kunnen) leiden.

Op grond van de uitspraak van de Hoge Raad zijn werkgevers dus de transitievergoeding per einde wachttijd verschuldigd. Voor ‘oude gevallen’ (werknemers die tussen 1 juli 2015 en 31 december 2019 langer dan twee jaar ziek waren) wordt de transitievergoeding berekend naar het oude recht. Na inwerkingtreding van de WAB vanaf 1 januari 2020 zal het UWV de compensatie evenwel op basis van de nieuwe rekenregels vaststellen. Het financiële risico is dus dat werkgevers de ‘hoge’ transitievergoeding verschuldigd zijn, maar slechts de ‘lage’ transitievergoeding gecompenseerd krijgen en daardoor met een flinke kostenpost achterblijven. Dat is vanzelfsprekend een onwenselijke situatie.

Minister Koolmees

De onduidelijke en onwenselijke situatie is onder ogen gezien en inmiddels heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn kamerbrief van 13 december jl. opheldering gegeven.

In de eerste plaats heeft de minister bevestigd dat de compensatie ook verstrekt zal worden als partijen de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid met een vaststellingsovereenkomst beëindigen. Vervolgens heeft de minister aangegeven dat, om in aanmerking te komen voor compensatie van de transitievergoeding op basis van de oude berekeningswijze (de ‘hoge’ transitievergoeding), de werkgever de procedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, vóór 1 januari 2020 moet zijn gestart. Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst betekent dit volgens de minister, dat de werkgever vóór 1 januari 2020 met de werknemer tot overeenstemming moet zijn gekomen. De daadwerkelijke einddatum van het dienstverband kan dan overigens wel na 1 januari 2020 liggen: het bereiken van overeenstemming is bepalend.

Oftewel: als de vaststellingsovereenkomst nog vóór 1 januari 2020 wordt ondertekend, terwijl de einddatum na 1 januari 2020 ligt, wordt de hogere transitievergoeding volledig gecompenseerd. Tegelijkertijd: als werkgevers afwachten en pas na 1 januari 2020 in actie komen om (‘oude’) slapende dienstverbanden te beëindigen, zijn zij de hogere transitievergoeding verschuldigd en zal het UWV slechts de lagere transitievergoeding compenseren.

Actie

Heeft u een werknemer met een slapend dienstverband? Dan doet u er verstandig aan om niet op uw slapende werknemer te wachten, maar om zelf in actie te komen en nog voor de jaarwisseling overeenstemming te bereiken over het beëindigen van de slapende arbeidsovereenkomst. Als de werknemer niet wil meewerken aan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, dan is het zaak om tijdig – ook voor 1 januari 2020 – een ontslagvergunning aan te vragen bij het UWV. Ook dan stelt u compensatie van de hogere transitievergoeding veilig.

Als u het dienstverband met een slapende werknemer (onlangs) al heeft beëindigd, hoeft u niets te doen. U kunt dan na 1 april 2020 een compensatieverzoek indienen bij het UWV voor de betaalde transitievergoeding.

De uitspraak van de Hoge Raad lijkt duidelijk, maar was het niet. Minister Koolmees heeft nu meer richting gegeven. Evengoed raden wij u aan om uw specifieke situatie aan een van onze arbeidsrechtsadvocaten voor te leggen; wij denken graag met u mee. Wacht u daarmee niet te lang, want het nieuwe jaar nadert.

Dit artikel is geschreven door mr. Petra Wille, verbonden aan de praktijkgroep arbeidsrecht en privacyrecht.



Dit artikel is geschreven door:

mr. L.P. (Petra) Wille
advocaat
p.wille@willedonker.nl
+31 (0)172 - 23 65 90

Wilt u op de hoogte blijven?

  • Nederlands
  • Engels